Mijn nieuwe stekkie wordt steeds meer aangekleed. Warm en huiselijk, met aardetinten, bruin en rood. In het zithoekje hangen gordijnen en er staan fauteuiltjes en een poef om heerlijk op te zitten, te relaxen. Alleen groen leven ontbreekt nog. Grote plantenpotten zijn al in huis maar ze moeten nog worden gevuld. Buiten schijnt de zon, mijn tuin staat in bloei. Een mooi moment om buiten naar binnen te halen. Met twee grote boodschappentassen onder mijn snelbinders fiets ik naar het dichtstbijzijnde tuincentrum. Een korte rit van tien minuten met zon en aangename lentetemperatuur. Ik parkeer mijn fiets, pak een winkelkar en ga het tuincentrum binnen. Oh, wat een heerlijke, levendige omgeving is dit!
Thuis heb ik bedacht wat het zou moeten worden. Een palm en andere planten met sierlijke, grote bladeren in verschillende vormen en tinten groen. De keuze is zonder dollen reuze en gelukkig voel ik geen teken van keuzestress. Ik ben vooral aan het genieten van alle vormen en kleuren om mij heen. En van de kamerparfums met natuurlijke geuren, niet van die kunstmatige zoete luchten die in andere winkels op een onaangename manier je neus binnen dringen. Ik besluit een flesje mee te nemen, een compacte maat die geen noemenswaardige, extra ruimte in gaat nemen. Nu terug naar waar ik voor kwam, de groene kamerplanten. De keuze is vrij snel gemaakt, het beeld was er immers al. Met een palm, alocasia en verschillende ficus varianten volg ik de winkelroute naar de kassa. Ik sluit aan bij één van de drie rijen. Terwijl ik geduldig wacht en om mij heen kijk zie ik een stellage met lime groene tafelmodel gietertjes en plantenspuiten. Nog feller groen dan mijn voormalige plafond thuis, op de begane grond, tussen de warme, houten balken. In die setting vond ik het groen echt niet mooi, het deed pijn aan mijn ogen. Maar dit groene exemplaar is zo leuk en schattig. En fantastisch voor de doelgroep: mijn toekomstige kamerplanten. Daarbij ontbreekt thuis nog zo’n compact binnen gietertje dus vind ik het geen overbodige aanschaf. Een snelle berekening brengt de conclusie dat hiervoor ook nog wel ergens in een hoekje van een tas ruimte vrij gemaakt moet kunnen worden. Heel kort stap ik uit de rij, pak een exemplaar en ga weer terug bij mijn kar staan. Ik ben bijna aan de beurt en kan alles op de loopband zetten. De kassière zie ik verdwijnen achter een groene oase. Giechelend zeg ik tegen haar: ‘Zo zie je gelijk helemaal niks meer.’ Er verschijnt een oncomfortabele glimlach en verder blijft het stil. Tsja, hoe zou ik zelf reageren als mij het zicht volledig ontnomen wordt. Dan maar gauw over tot betaling om deze ongemakkelijke toestand niet te lang te laten duren. Op voldoende afstand van de kassa, bij een inpaktafel, sta ik stil met mijn kar om rustig een inschatting te maken van volume en afmeting van de te vervoeren woonaccessoires. Hardop bepaal ik de indeling van de tassen om het gewicht te verdelen tussen mijn linker- en rechterstuurhelft. Sommige voorbijgangers kijken bedenkelijk en wellicht vragen ze zich af met wie ik nou eigenlijk aan het praten ben. Daar doe ik verder niks mee, ik ken mezelf gelukkig langer dan vandaag. Zolang ik zelf maar weet tegen wie ik aan het lullen ben. Na een beetje puzzelen, herindelen en druk intern overleg is het voor elkaar. Met twee gevulde tassen, nagenoeg gelijk in gewicht en een glimlach op mijn gezicht loop ik de winkel uit richting mijn fiets.
Wat ik al allemaal niet heb vervoerd op de fiets; kant-en-klaar gordijnen met rail en toebehoren, emmertje witsel, gereedschap, echt van alles! Anderen gebruiken de laadruimte van hun auto als kruiwagen, ik heb mijn fiets. Oké, ik kan wat minder tegelijk vervoeren en moet wat vaker heen en weer. Maar altijd kom ik er mee thuis, onbeschadigd en zonder ongelukken. En niet te vergeten, altijd verzekerd van publiek.
Aangekomen bij mijn fiets hang ik eerst een tas links aan mijn stuur en daarna de ander rechts. Vervolgens haal ik mijn fiets van het slot. Dan check ik links en rechts achter mij of er niemand langs loopt. Het zou pijnlijk en gênant zijn als ik iemand onaangekondigd met een palm raak. Terwijl ik met mijn fiets achteruit draai is een voorbijganger kennelijk onder de indruk van mijn kruiwagen. Hij vraagt of ik echt van plan ben dit op de fiets mee naar huis te nemen. Ik reageer met: ‘Ja hoor, het is heerlijk weer en dit is niet de eerste keer dat ik creatief met mijn fiets ben. In het ergste geval ga ik lopen, zo ver is het niet.’ Er volgt een korte stilte en een bedenkelijke blik. Daarna zegt de man: ‘Of misschien de volgende keer toch iemand mee vragen?’ Nu verschijnt er bij mij een oncomfortabele glimlach. We zullen zien, ik ben een sterke onafhankelijke vouw. Met beleid en in een rustig tempo stap ik op met een tuintje op mijn fiets. Omgeven door groen maar met nog duidelijk zicht op verkeer en omgeving rij ik rustig naar huis. En ook nu kom ik compleet en onbeschadigd thuis. Weer een klus geklaard!